De pilot is onderdeel van een groter Europees onderzoek naar het belang van inheemse soorten in zadenmengsels voor de biodiversiteit. In onze regio wordt het onderzoek uitgevoerd door de Radbouduniversiteit in samenwerking met het Louis Bolk Instituut, Stichting Via Natura en de Ploegdriever.
Bij elk van de agrariërs is in oktober ’25 een akkerrand met verschillende mengsels ingezaaid. De bedoeling is om zo een bodembedekkende, meerjarige vegetatie te laten ontstaan. Alle mengsels bestaan uit zowel grassen als kruiden. Op vier bedrijven ligt er een zogenaamde ‘blokkenproef’ (van drie herhalingen en vier mengsels). Op de andere twee bedrijven bestaat de rand uit hetzelfde mengsel, als referentie. Alle mengsels komen van zaadleveranceriers die bekend staan om hun aandacht voor inheemse zaadveredeling zoals Biodivers, Cruydthoek en Neutkens.
Voor boeren zijn de randen, zoal eerder gezegd, ook bedrijfsmatig interessant. Ze functioneren bijvoorbeeld als bufferzone tussen een sloot of bosrand. Bovendien kunnen ze bijdragen aan ‘functionele agrobiodiversiteit’. Dat betekent dat er insecten in de randen kunnen leven die de natuurlijke vijanden van bepaalde plaagsoorten zijn. De larven van zweefvliegen en gaasvliegen eten bijvoorbeeld bladluizen. Zo wordt een strook dus ineens onderdeel van je ‘(non) human resources’. De ene boer zou bijvoorbeeld graag willen weten wat zo’n rand kan doen tegen de tripsen op zijn zaaiuien, de ander wil weten of de randen zich lenen als kopakker.
De komende twee jaar zal de ontwikkeling van zowel de planten als de insectenpopulatie nauw bijgehouden worden. Twee keer per jaar is er een veldbijeenkomst op een van de locaties. Zo kunnen boer en bioloog hun opgedane kennis en ervaringen uitwisselen.




